Menu

Improfin Groep

Improfin Header Afbeelding

Psychologie van de economische crisis

In een crisissituatie zijn we zelfs nóg meer geneigd om te kiezen voor ons eigen hachje, dan om het collectief te dienen: massaal halen we ons spaargeld van de bank want het zal je toch niet gebeuren dat je geld met de grote hoop verdwijnt? Deze en legio andere voorbeelden in onze directe omgeving refereren aan het ‘sociale dilemma’. We maken steeds een afweging tussen het collectieve belang en ons eigen, individuele belang. Hoe gaat u daarmee om in uw rol als controller?

Wat zou u doen? Terwijl we in de zomer een landelijk oproep krijgen om onze tuinen niet te sproeien met leidingwater en tegelijk onze auto’s dan maar even niet te wassen, trouwt uw geliefde kind in hartje zomer. Er is een groot tuinfeest voor alle gasten en bovendien wordt het bruidspaar in uw limousine vervoerd. Die zal toch zeker blinken op zo’n belangrijke dag! Wat zou u doen? Als u visser was en u geconfronteerd werd met een vangstquotum? U weet: het is beter om de gezamenlijke afspraken te waarderen maar toch besluit u om het net nog één keer voor uzelf op te halen. En in uw rol als controller: terwijl het beter is om het werkkapitaal van de onderneming veilig te stellen adviseert u dan om toch bepaalde cash aan te spreken ten gunste van de doelstellingen van de organisatie?

Wat zijn de – sociaal psychologische – motieven die ten grondslag liggen aan dit fenomeen? En wat zijn mogelijke oplossingen voor dit alom aanwezige dilemma wat sterk te maken heeft met de keuzes die we steeds zelf maken: stellen we ons eigen belang voorop of dragen we bij aan het welzijn van de groep? In uw rol als controller: houdt u zich aan de (bedrijfseconomische) voorwaarden, uw eigen persoonlijke en/of professionele principes of bent u in staat om anders te adviseren?

"Delen van informatie leidt aantoonbaar tot meer begrip"

Het sociaal dilemma

Het sociaal dilemma beschrijft het conflict tussen ons persoonlijke eigenbelang en het groepsbelang waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen het rendement van onze inspanningen, gekoppeld aan de keuzes die we maken: wat kost het mij en wat levert het mij op? Wanneer we puur en alleen voor onszelf kiezen, en dus ten opzichte van de groep destructief gedrag vertonen, halen we voor onszelf meer op, zo blijkt. En dat is ook onze eigen ervaring: we kiezen voor onszelf omdat we niet weten wat de meerwaarde voor de groep zou zijn. 

Daar tegenover staat dat we als groep meer opbrengsten behalen wanneer alle individuen van die groep coöperatief gedrag vertonen. Samen bereiken we juist méér terwijl dat – rationeel – onlogisch lijkt en we dus vaker voor ons eigen belang kiezen. Een voorbeeld uit de politiek: het levert ons, met z’n allen, méér op wanneer we wel gaan kiezen dan wanneer we dat niet zouden doen. We zijn daar niet zeker van en daarom kiezen we voor onszelf en ons eigen belang. In de bedrijfseconomie herkennen we dit fenomeen, bijvoorbeeld bij het aanhouden van liquide middelen: we houden een kasvoorraad aan om de benodigde uitgaven te kunnen doen die bijdragen aan de continuïteit van het productieproces, een collectief belang. Daar heeft echter niet iedereen binnen de organisatie zicht op en de controller wordt door een manager benaderd om toch maar de voor hem belangrijke investering te accorderen. Echter, wanneer er geen rem zou zijn op het uitgavepatroon blijft er geen werkkapitaal over, waardoor de gehele organisatie gedupeerd kan worden. Het nadeel hierbij is echter dat we vaak niet op de hoogte zijn van die collectieve voordelen, het is te onzeker voor ons; we hebben er geen zicht op, geen weet van. Daarentegen zijn de nadelen die we ondervinden ons dan weer wél bekend, dat merken we meteen: wanneer die manager nul op zijn rekest krijgt ondervindt hij, c.q. zijn afdeling daar direct nadeel van. Een voorbeeld uit de bedrijfseconomie in dit kader is het ‘voorzorgsmotief’: er wordt een extra kasvoorraad aangehouden in verband met de onzekerheid over de grootte en het tijdstip van de uitgaven en ontvangsten in de toekomst. Op die manier komt de organisatie niet in de problemen bij een plotseling optredende onvoorziene uitgave. 

Wanneer we kijken naar de huidige economische crisis kunnen we deze, vanuit het sociaal dilemma, voor een deel verklaren. In plaats van coöperatief gedrag te vertonen ten behoeve van het collectief en bijvoorbeeld ons spaargeld te laten staan op dezelfde bank, besluiten we eieren voor ons geld te kiezen en dat geld van die bank af te halen en elders onder te brengen: we zorgen graag goed voor onszelf. Wanneer we dat echter met z’n allen en tegelijkertijd doen blijft er van het vermogen van die bank niks over en valt de bank om. Bijzonder spijtig voor diegenen die besloten om hun geld te laten staan (en in die zin coöperatief gedrag vertonen). Ze zijn dat geld nu kwijt terwijl onduidelijk is wat er in het andere geval gebeurd zou zijn wanneer iedereen collectief het geld had laten staan. Ook hier geldt dat ieder gedrag een positieve intentie heeft: we bedoelen het steeds zo goed. Vanuit onszelf beredeneerd dan, want we kunnen vele voorbeelden noemen waarbij een ander, of een groep, of een heel sociaal systeem, schade wordt berokkend door het destructieve gedrag van een enkel individu. 

Drijfveren: Hebzucht en angst

Een mogelijk motief is dat we hebzuchtig zijn: we hebben de behoefte om met zo weinig mogelijk inspanningen zoveel mogelijk rendement te behalen. In de sociale psychologie spreken we in deze context van ‘free riders’: mensen die meeliften op het succes van anderen. We doen het allemaal wel eens. Een voorbeeld daarvan is te zien in groepswerk, bij projecten. Terwijl het ene groepslid, de ‘sucker’ ernaar streeft om een zo hoog mogelijk eindresultaat te behalen, en dus gedrag vertoont wat daaraan bijdraagt, vindt een ander groepslid, de ‘free rider’, het wel makkelijk zo en haalt op die manier voordeel uit de inspanningen van de ander. U herkent zich daar vast in. Vanuit bedrijfseconomische oogpunt valt dergelijk gedrag te verklaren vanuit het ‘transactiemotief’: we hebben kasgeld nodig om er onmiddellijk iets mee te kunnen kopen; we willen het graag hebben en we passen ons gedrag daarop aan. Daarbij: we willen iets omdat de buren het ook hebben en we maken daar geld voor vrij. Uit de dagelijkse praktijk: the rise and fall of DSB Bank. 

Daaraan gekoppeld is er een ander motief wat kan zorgen voor destructief gedrag: angst. We willen liever niet zelf ingezet worden ten behoeve van het collectief en omdat we bang zijn dat de anderen de kantjes eraf zullen lopen tijdens de samenwerking, zorgen we er dan maar zélf voor dat de werkzaamheden goed worden uitgevoerd. Het stomme is dat we dan, bewust of onbewust, prima werk leveren wat door de anderen wordt (h)erkend en die vervolgens alles aan ons overlaten waardoor we alsnog als enige aan het werk zijn… Een dergelijk fenomeen zien we ook in de economie: als iedereen méér uitgeeft komt het wel goed maar we potten al ons geld juist op: het voorzorgsmotief geldt ook hier. We gaan bezuinigen en sparen, hetgeen destructief is voor het collectief – in dit geval de economie. Wanneer we echter als consument vertrouwen hebben in de goede zaak vertonen we gedrag waaruit dat vertrouwen blijkt: we geven ons geld uit in de markt hetgeen weer bijdraagt aan een positief beeld van de economie. Dat geeft weer vertrouwen voor de toekomst wat gedrag in de hand werkt om opnieuw geld uit te geven. We creëren onze eigen positieve spiraal! Wat dat betreft zou ons antwoord op de crisis moeten zijn om massaal geld uit te geven. Maar dan wel met z’n allen! En wie zegt ons dat de anderen, laat staan onze tegenvoeters, dat ook doen?!

"Een betere wereld begint bij jezelf"

Conclusie

De conclusie die we kunnen trekken uit ons gedrag is dat we vooral irrationeel bezig zijn: ‘Waarom zou ik het wél doen, terwijl ik niet weet wat de anderen doen, en wat het mij persoonlijk oplevert?’ Het is een keuze, gebaseerd op feiten die we niet hard kunnen maken. Wat we vervolgens doen, uit zelfbehoud, is slecht voor de economie (maar goed voor ons als individu): we verminderen grote uitgaven of stellen deze uit, we spreiden ons vermogen over verschillende banken, gaan sparen in plaats van beleggen en we doen onze boodschappen voortaan bij een andere supermarkt (in plaats van, bijvoorbeeld, ons eetpatroon te veranderen). Het ‘speculatiemotief’ uit de bedrijfseconomie geldt hier ook: we houden geld voor onszelf apart omdat we menen dat we daar in de toekomst voordeel van hebben, bijvoorbeeld omdat er prijsverlagingen aankomen of omdat we er later meer voor terug kunnen krijgen. Dat weten we niet zeker; we speculeren slechts hetgeen de kasstroom op dat moment doet opdrogen, zeker als we allemaal hetzelfde zouden reageren.

Hoe lossen we het op?

Hoe dan ook moeten we steeds een keuze maken die gunstig is voor óf onszelf als individu, óf voor de groep waar we deel van uit maken. Structurele oplossingen hierbij nemen het dilemma zelf weg door de nadelen weg te nemen van maatschappelijk verantwoord gedrag, die dus gunstig zijn voor het collectief. Wanneer we bereid zijn om coöperatief gedrag te vertonen moeten we er in ieder geval geen nadeel van ondervinden! De controller die zich aan de afspraken houdt en principieel vasthoudt aan het beleid wat gunstig is voor de organisatie, zou geprezen moeten worden; dergelijk gedrag zou de standaard moeten zijn binnen de onderneming.

De andere oplossing zit hem in het aantrekkelijk maken van collectief gedrag. Denk aan de subsidies die we krijgen voor allerlei milieuvriendelijke producten of de bob-sleutelhanger waarmee je je positief onderscheidt van de rest. Naast de oplossingen die het dilemma zelf wegnemen zijn er de psychologische oplossingen die direct ons eigen gedrag beïnvloeden via onze mentaliteit. Ze zijn sterk communicatief van aard en erop gericht het najagen van ons eigenbelang weg te nemen. We hebben namelijk kennis nodig over de voordelen van het gewenste gedrag. Wanneer we – wereldwijd – met elkaar zouden kunnen afspreken dat we allemaal een bepaald bedrag aan geld zouden uitgeven, en er zeker van zijn dat iedereen meedoet, zou de wereldeconomie een enorme boost krijgen. Dan moeten we natuurlijk wel eerst overtuigd zijn van het bestaan en de ernst van de problemen. We moeten ons ermee verbonden voelen, dat we er deel van uitmaken en dat we zelf daadwerkelijk het verschil kunnen maken. Voorlichting is daarbij cruciaal om het sociaal dilemma weg te nemen: wanneer we merken dat het écht werkt, zijn we eerder geneigd om dat coöperatieve gedrag blijvend te vertonen. We hebben daarbij ook terugkoppeling nodig over het reeds geboekte resultaat: ‘wat je geeft, krijg je terug’ en dat willen we graag weten. Wat zou er bijvoorbeeld gebeuren als u iedere dag te horen krijgt hoeveel u bespaard heeft met die ene graad minder in huis? Tenslotte werkt het coöperatief gedrag in de hand wanneer we weten wie er allemaal wél meedoen. Daar zijn we gevoelig voor, met z’n allen. We willen er graag bijhoren maar we willen dan wel weten wie er allemaal meedoen, wat de anderen allemaal doen (of niet) en wat het hen oplevert. Konden we dus maar met iedereen in de wereld communiceren over wat iedereen gaat doen, of ze het voor zichzelf doen of ook een beetje voor ons. En wat het iedereen oplevert. We zouden dan makkelijker onze eigen keuzes daarop af kunnen stemmen, in kunnen schatten wat onze winst zou zijn en of we ook bereid zijn om ons eigen gedrag af te stemmen op het collectief. Helaas is dat onmogelijk, alle nieuwe media ten spijt, en we kiezen massaal voor ons eigen geluk, ieder op zijn of haar eigen moment en vanuit de beste bedoelingen. Op kleinere schaal en dicht bij huis is het echter wel degelijk mogelijk: een betere wereld begint bij jezelf. In vertrouwen dat een ander ook die keuze voor jou zou maken kunnen we communiceren met de mensen in onze naaste omgeving. Delen van informatie leidt aantoonbaar tot meer begrip, vertrouwen en daardoor keuzes die goed zijn voor onszelf en – daardoor – voor het collectief.

drs. Marnix Feller

Associate

Marnix is psycholoog van Arbeid & Organisatie, werkte eerder bij Improfin Groep en aansluitend Krauthammer. Sinds 2008 is hij als Hoofddocent Psychologie verbonden aan Fontys Hogeschool en heeft hij daarnaast een eigen praktijk voor training en coaching. Marnix is als associate verbonden aan Improfin Groep en houdt zich bezig met het op de juiste competenties toerusten van uiteenlopende financiële professionals.